Mona Pelagia, roman 1, een fragment:
Langzaam waaieren de slierten van de mantel, als een kapot gewaaide paraplu, uitéén in rode, paarse en blauwe kleurtinten. Aan de rafelranden van de paraplu bungelen fonkelende, witte en blauwe sterretjes. De bijna niet zichtbare beweging, de traagheid en de pracht van de kleuren zijn van een onaardse schoonheid. Alsof je via de meest krachtige telescoop een blik wordt gegund in de verre uithoeken van het universum. Je mag kijken naar de beweging van ongeziene nevels van sterren waar alles elkaar lijkt aan te trekken of weer af te stoten. Maar het is onmogelijk om te onderscheiden wat van je af beweegt en wat naar je toekomt. Je weet niet meer wat massa is en wat kleur. Kleur, licht en massa zijn niet meer te onderscheiden en lijken één. Heeft kleur gewicht? Is massa licht? Het doet er niet toe. Jij bent één met de massalichtkleur.
Rupert is weer thuis en heeft zijn neus tegen de wand van het aquarium aangedrukt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten