Wil van het volk
Tante Pollewop wist het niet precies. Nu had ik geen haast dus luisterde ik gewoon even naar wat ze eigenlijk wilde. De man achter de toonbank gaf niet op en dook wederom zijn magazijn in om er nu met een setje dievenklauwen uit tevoorschijn te komen. “Deze moeten in de zijkant van de deur gezet worden. En deze ringetjes in de deurpost.” “Hoe dan?...Ik ken dat niet...Kennen jullie dat niet doen?” “Nee...nee...” De man zuchtte en pakte zijn sjekkie uit zijn mondhoek. Het rook altijd naar sigarettenrook in deze ijzerhandel maar ik heb dat sjekkie nog nooit zien branden, al hangt het steevast in zijn mondhoek. Misschien ging hij het nu aansteken?
Nee. Hij haalde zijn schouders op. Ik moest maar eens ingrijpen. “Ik kan dat wel doen. Ik ben klusjesman.” Zo zag ik er ook uit. Werkkleren, onder de verfvlekken en een gereedschapskoffertje naast me op de grond. Ik heb dit niet bedacht. Soms ben je gewoon gecast in de juiste film. Tante Pollewop geloofde me ook meteen. “Wat kost dat dan?” ”Ah ik ben niet duur.. zeventien euro per uur en ik ben daar hoogstens twee uurjes mee bezig.” “ Ok… hoe doen we dat dan?”
Twee dagen later belde ik aan bij ‘Agate’. Zo stond ernaast de bel. Is dat haar voornaam of haar achternaam? “Ja?” “Het is Wim , de klusjesman.” “ Kom verder, het is één hoog, deur rechts.” Het licht bleef uit in het trappenhuis. De betreffende deur werd geflankeerd door een lachende boeddha van gegoten cement. Die had ik niet verwacht maar verder was er weinig te lachen. ‘Pas op voor de hond’ stond er op de deur en verder 4 sloten. Geluid van rammelende kettingen en opendraaiende sloten en daar stond Tante Agate. Geen hond te zien.